Home Redactie Column Uitwaaien
Uitwaaien
Column

Wie kent ze niet, de duffe zondagen na een nachtje doorhalen. Je wordt wakker als de halve dag al voorbij is en voelt je een uitgedroogde panharing.
�Brak� vind ik persoonlijk het mooiste woord om dat gevoel te omschrijven.
Brak, betekent dat niet water, half zoet half zout? Water dat is wat ik nu nodig heb en veel ook, een doorbakken schoenzool haalt het in de verste verte niet bij het uitgedroogde gevoel in mijn lijf. Rokerige ruimten, te weinig gedronken on stage (je zal maar hoognodig moeten plassen tijdens je set in een overvolle hemkade), te weinig slaap; allemaal factoren die niet bijdragen tot een fris en fruitig gevoel.

Vandaag is weer zo’n dag. Na een nacht met twee optredens en het thuiskomen bij ochtendgloren crash ik linea recta in mijn bedje om vervolgens 6 uurtjes later wakker te worden. Mijn dagritme is vandaag dermate verstoord dat ik eerst maar eens besluit een lange douche te nemen.
Normaal kom ik de zondagmiddagen niet van de bank gerold, maar vreemd genoeg heb ik vandaag energie over. Buiten schijnt de zon volop, het is een schitterende herfstdag met een redelijke temperatuur en een mooie strakblauwe lucht.
Ik voel me redelijk fris en heb zowaar energie over om vandaag eens iets te gaan ondernemen.

Onder de douche bedenk ik dat het weer veel te mooi is om binnen te blijven zitten… Het wordt een dagje zee, lekker uitwaaien, neus in de wind, nieuwe energie, auraatje reinigen, je kent t wel. Het enige wat nog ontbreekt is een lease-hond.

Zonnebril op, vergezeld van een flesje water en een gezonde appel stap ik in de auto op weg naar Scheveningen.
Met het album van Keane in de cdspeler en iets te veel snelheid rij ik fluitend de snelweg naar Den Haag op; niks lekkerder dan stevig autorijden met uitzicht over de met zon begoten weilanden en een melancholisch muziekje in de oren.

Helaas komt daar vlak voor Scheveningen verandering in.. file met een hoofdletter “F�, kennelijk ben ik niet de enige met dit idee. Stapvoets rij ik Scheveningen in. Waar ik normaal 20 minuten over doe, van voordeur naar strand, ben ik nu al een uur bezig en ik heb nog geen zandkorrel in zicht.
heeft me nu een uur gekost. De zon schijnt in oktober al niet meer zo lang.. dus opschieten met die zondagrijders!
Ik lees op de borden dat de parkeerplaats bij het strand vrij is, alleen als ik aankom lees ik de volgende drie letters op het lichtpannel: VOL.
Hmmm nog 20 auto’s voor me, minstens! Had ik nu maar in de parkeergarage geparkeerd, het zit niet mee. Mijn geduld wordt op de proef gesteld, maar ik moet en zal naar het strand.

Uiteindelijk stopt mijn auto rond 4 uur aan het zwarte pad.
Door het wachten in de file staat mijn blaas inmiddels op knappen en ik moet dus met spoed op zoek naar een toilet.
Ik loop het pad af naar beneden en.. ow ja da’s waar, de strandtenten zijn twee weken geleden al afgebroken. Wat nu? “Pissen in de bosjes? Nee te druk! Onder het prikkeldraad door de duinen in? Geen optie met al dat volk�.
Het lijkt de Efteling wel tijdens de paasdagen, wat een drukte. Het hele strand is zwart van de mensen, inclusief lease-honden en eigen materiaal.
Maar goed, ik kom hier voor de zon en de zee. Als ik nu maar dicht genoeg langs de kustlijn ga lopen kan ik net doen alsof ik alleen ben.
De zee is wild, het waait stevig en het geruis doet mijn blaas nog meer aangeven dat ik haar nu toch echt hoognodig moet ledigen.
Rustig wandelen is er nu nietmeer bij. Ik haast me naar het eerste restaurant aan de boulevard om het water te doen stromen. Tussen de tafeltjes met bejaarden en duitsers en hun koters door, wurm ik me naar het toilet. Weer file. Twintig wachtenden voor me. Allemaal met een kwartje in de hand. Uiteindelijk ben ik toch aand e beurt. Pfffff, wat een opluchting!
Verder met mijn missie.. uitwaaien.

Mijn inmiddels frisse neus ruikt poffertjes en doet mijn maagje rammelen… Poffertjes met roomboter en poedersuiker.. DAT is wat ik wil.
Helaas verkopen ze geen poffertjes in het restaurant waar ik de inhoud van mijn blaas achter liet, het blijken pannekoeken te zijn.
Ik ga op zoek naar een poffertjestent, wat betekent dat ik een flink stuk de boulevard af moet struinen.
Wat een kermis. Ik vraag me serieus af wat ik hier doe. Dit strookt in de verste verte niet met mijn missie: een dagje rustig uitwaaien. De patat-, vis- en snoeplucht tergt mijn neusgaten. Toch maar een frietje dan? Nee, ik wil poffertjes! Eindelijk ontdek ik een poffertjestent en ga op zoek naar een vrij tafeltje.

Alle tafeltjes zijn uiteraard bezet. Achterin de schaduw ontdek ik nog een vrij plekje en bestel een icetea en een portie lang gezochte poffertjes.
De icethea arriveert bijzonder snel en mijn glas is al leeg als ik nog steeds op mijn poffertjes zit te wachten. Een warme kop chocomel was in dit geval een beter keuze geweest, ik vries nog net niet aan mijn stoel vast.
In de verte, achteraan op het terras rent een serveerster. Een schoteltje poffertjes in de hand. Ik zwaai nog met twee armen, maar wordt niet gezien.
Ze lijkt de bestelling niet te kunnen plaatsen en verdwijnt weer.
Ik besluit een van de obers toch eens te polsen waar mn poffertjes blijven. Met mijn sjaal tot over mijn oren geknoopt vertelt hij me dat hij daar geen zinnig woord over kan zeggen. Tegelijkertijd arriveert mijn bestelling. Dat scheelt!

Joepie, zowaar 10 poffertjes met heeeel veeeel poedersuiker.
Dat gaat er in als…. Schoenzolen. Mijn kaken veren nog net niet terug, zo hard zijn die dingen… en koud. Heb ik daar die hele kermis voor afgestruind? Gelukkig smaakt de poedersuiker zoals ie hoort ;)
Ik heb niet eens zin om er wat van te zeggen, ik betaal en vertrek.
Met mijn hoofd in de wind loop ik over het strand terug naar het zwarte pad.
Het Efteling gehalte is nog niet afgenomen. Gelukkig leidt de zee me af van de mensenmassa… heerlijk wat een rust daar van uit gaat.

Er staat een stevige tegenwind en ik leer een goede les voor de volgende herfstwandeling aan het strand; neem een muts mee en dan bedoel ik geen gezapige vrouwelijke medemens, maar iets wat de oortjes bedekt. Zo’n harde wind doet behoorlijk pijn aan de oren.
De zon is inmiddels verdwenen, de icetea wil er ook uit. Tijd om naar huis te gaan!

Op de terug weg in de file verlang ik naar mn bank. Mijn haar in een knot, ouwe joggingbroek aan, dikke slofsokken en de verwarming een tandje hoger.
Ik maak denkbeeldig een lijstje voor mijn volgende strandbezoek: oorwarmers, boterham met pindakaas, oogkleppen, plastuit. Hmmm, misschien moet ik volgende week maar gewoon op de bank blijven liggen.

 

Share/Save/Bookmark